Translate/Vertaal

woensdag 23 mei 2012

The honorable Mr. Shenzhen


                 Na onze campervan trip in NZ (voor diegene die het nu nog niet door hebben, dat staat voor New Zealand) vlogen we eindelijk naar HK (yep, dat is Hong Kong en NIET Hells Kitchen).  NZ was leuk maar begon mij redelijk de neus uit te hangen. Het was er tergend koud en daarnaast was ik er al een paar keer geweest en wilde ik er deze keer al helemaal niet zijn. Maar goed, we waren dus onderweg naar Hong Kong. Eindelijk.
 In Hong Kong aangekomen zijn we Hong Kong helemaal niet ingegaan maar direct doorgegaan naar Shenzhen. Voor diegene die het niet kennen, ga je schamen, het is een stad in China en ook direct een hele grote. Er wonen meer mensen dan in Nederland en zo’n beetje alles waarop staat: “Made in China” komt hier vandaan. Althans dat is ons verteld. Persoonlijk denk ik dat in andere delen van China ook zaken worden geproduceerd. Maar.. ik kan me vergissen. Al is dat meer uitzondering dan regel.
Goed. We gingen dus niet naar Hong Kong maar naar China en wel specifiek Shenzhen. We hadden er nog nooit van gehoord maar het toeval wilde dat we daar wat mensen kenden en die vonden het niet erg dat we een paar dagen bij ze kwamen logeren, ze stonden er eigenlijk op maar dat terzijde. Vanaf Hong Kong zijn we niet door de douane gegaan maar hebben in een transit de ferry genomen naar Shenzhen. Daar aangekomen rolde we zonder problemen door de Chinese douane en hebben we Zac (de kennis) gebeld dat we gearriveerd waren in de haven. Hij gaf ons wat instructies hoe we de metro konden nemen naar een station vlak bij hem en in ons beste Chinees hebben we een kaartje gekocht. Het Chinees dat we kenden kwam voornamelijk van de menukaarten in Nederland maar kwam, net als nu, in een aantal gevallen zeer goed van pas. Shenzhen is niet het typische Chinese dorpje, het is een metropool dit niet de typische Chinese normen en waarden aanhoudt. Al zijn er natuurlijk wel veel van terug te vinden. Shenzhen is een soort kruising tussen een Westers en Chinese stad die qua gebouwen wel wat weg heeft van de Amerikaanse binnensteden maar dan op anabolen. Vergeleken met Shenzhen is Chicago een gemoedelijk dorpje. 
We stapten in de metro en hadden min of meer verwacht dat het stampvol zou zijn maar dat bleek gelukkig niet het geval. Het betrof een fonkelnieuwe metro waar in duidelijke taal werd aangegeven waar je was en waar je naar toe ging. Het was dan ook een koud kunstje om de plek te vinden waar we eruit moesten. Daar werden we opgehaald door Zac. Zac was de begeleider van Anna in Fiji. Het was te merken dat hij daar te lang had gezeten want zijn loopsnelheid was van dusdanige aard dat als hij nog langzamer zou lopen  hij terug zou gaan in de tijd. Hij vertelde ons dat alles in Shenzhen zich in sneltrein vaart afspeelde. Wij vonden van niet maar konden dat vanuit zijn oogpunt nu wel begrijpen. Na drie dagen lopen kwamen we bij zijn huis aan dat zich naast het metrostation bevond. Hij woonde, net als zoveel in Shenzhen, in een flat gebouw op ongeveer 5 hoog. In tegenstelling echter tot de meeste appartementen was zijn appartement redelijk groot te noemen en voor Chinese maatstaven zelfs gigantisch. We  kregen een eigen kamer toegewezen waar we de komende dagen konden overnachten.  Die avond zijn we uit eten gegaan. Samen met Kaz en Zac een echte Chinese tent uitgezocht in een echte Chinese buurt en dus pizza wezen eten tussen de expats. Die avond begon ons weekje Shenzhen. We hadden gehoopt op een rustig weekje China met Chinese gebruiken maar het ging allemaal anders dan we hadden verwacht. Dag één nam Zac ons al mee naar een poolhal waar je liever niet kwam. Het had meer weg van een saloon uit het Wilde Westen. Overal zat men te pokeren en wat te poolen. Het volk zag er ook niet uit alsof je zou uitnodigen om te babysitten en de lucht was zo dik van de sigarettenrook dat je de bar niet eens kon zien als je binnenkwam. Terwijl deze toch midden in het zaaltje stond. Hier hebben we een tijdje rondgehangen en toen we elkaar teruggevonden hadden waren we al snel weer op weg naar Zac zijn huis. Hij moest de volgende dag aan het werk dus we hebben het niet erg laat gemaakt.  De volgende dag hebben we de praktijk gezien waar Zac werkte. Het was een moderne tandartsen praktijk waar de gemiddelde in Nederland nog wat zou kunnen leren. Wat wel opviel dat er niet veel patiënten waren. 
We hebben er die dag precies één geteld. Deze werd door Zac geholpen en deze kon omdat er nog maar zo weinig patiënten waren alle tijd schenken aan de patiënt. De praktijk was nog maar net open en er waren nog niet veel patiënten. De hoop was dat deze later zouden komen. Wij hoopten ook dat ze wat sneller ging werken anders zouden er niet veel patiënten bij kunnen. Maar goed, het gaat natuurlijk niet alleen om de kwantiteit maar met name om de kwaliteit. Die avond zijn we door Zac meegenomen naar een stukje nieuwbouw in Shenzhen. Shenzhen is een behoorlijk nieuwe stad. Dertig jaar geleden stond er op de huidige plek helemaal niets. In de jaren negentig ging het bouwen van de stad zo snel dat er elke dag een flat of wolkenkrabber werd afgeleverd en elke 3 dagen een nieuwe winkelboulevard. Dat geeft dan ook wel een idee hoe groot de stad is. Het is tevens ook het rijkste deel van China en dat merk je onder andere aan de auto’s die er rijden.
We kwamen met Zac aan in het stukje nieuwbouw. Dat was allemaal uiteraard nieuw aangelegd en valt een beetje met een themapark en het thema is dan restaurants en barretje. Erg leuk maar ook erg duur. Aangezien dat we weer op Zac snelheid door de straten liepen werd het die avond ook weer erg laat. Anna en ik zijn gewend om op snelheid overdrive te lopen en Zac op snelheidje stationair. Wat er voor zorgde dat als we met hem op stap waren we alles ongeveer tien keer zo langzaam deden dan als we gewend waren. Maar goed, het voordeel was wel dat hij de stad al kende en wij niet en niet voorbij liepen aan dingen die we anders zouden missen. De volgende dag moest Zac weer werken en kregen wij zijn zoontje van vijf mee om zelf de stad te verkennen. Dat gebeurde natuurlijk op snelheid overdrive . Het arme jong was dat natuurlijk niet gewend en aan het einde van de dag helemaal kapot. We hebben toen maar tien autootje voor hem gekocht om hem weer wat energie te geven. Hij vond het prachtig maar zijn moeder wat minder. Het kind had namelijk al iets van 10.000 autootjes die elke gaatje van hun appartement leken te vullen.
De volgende dag gingen we met expats uit de stad naar het strand en naar een oude stad. Het was zondag dus hadden ze niets te doen en dan werd er vaak door één van de expats iets georganiseerd en deze zondag was het dus een oude stad en het strand. Gelukkig was het mooi weer geworden. Anders is zo’n strand namelijk niet echt leuk. De expats vroegen zich af wat wij voor werk deden in China en vonden het opvallend dat we slechts toeristen waren. Die kwamen ze niet zo vaak tegen. Die avond zouden we weer richting de poolhal gaan. Daar vlak voor stond namelijk een man met een stalletje die heerlijke kebab maakte. Maakte, want toen we daar aan kwamen lag de kebabman bloedend op de grond en stond er overal politie. Iemand had getracht kebab te maken van de man zelf of vond zijn product blijkbaar niet zo lekker. Duidelijk was in ieder geval wel dat wij die dag geen kebab zouden krijgen. 
We zijn nog even in de poolhal wezen kijken maar daar was verder niets. We zijn toen naar één van de buurten gegaan waar ze nog echte originele Chinese gerechten maakten zoals ‘gans in de zak’ en ‘alles kan op de BBQ’ 
Na een goede maaltijd togen we weer huiswaarts om vandaag eens vroeg naar bed te gaan. Dat pakte echter net even anders uit toen we de Zweedse chef tegen het lijf liepen,  vlak bij het huis van Zac. De Zweedse chef was een Zweed die plaatjes draaide in plaatselijke dansgelegenheden. Hij was dus een DJ en verdiende in die hoedanigheid zijn geld. Hij had net afscheid genomen van een aantal vrienden en was onderweg naar een de kroeg waar wij een paar dagen eerder ook al waren geweest en waar alle expats verzamelden na een dag hard werken. Na een paar biertjes kwamen de Zweedse chef en Zac op het idee om naar een andere tent te gaan.  Het betrof een dancing in één van de vele wolkenkrabbers die de stad rijk is. Buiten aangekomen konden we de muziek al horen dreunen. Toen we binnen kwamen stond de muziek zo hard dat bij elke beat de lucht uit longen werd geslagen. De Zweedse chef kende wat mensen die daar werkten en het leek hem een goed idee om een fles whisky te kopen. Het duurde niet lang of één van de medewerkers kwam met een fles aanzetten. 
Zac, Anna, Guido & de Zweedse Chef
Niet van die goedkope die je in Nederland in de kroeg of plaatselijke slijter kan kopen maar zo ééntje die je koestert in een afgeslote kast en die er alleen uit komt na het kerstmaal om er één glaasje uit te nemen om vervolgens weer voor een jaar de kast in te gaan. Wij hadden al redelijk wat biertjes achter de kiezen en het leek ons niet zo’n geslaagd plan om nu ook nog eens een fles whisky te atten.  Die werd dus teruggestuurd en we hebben het bij biertjes gehouden. Toen het laat genoeg was en het buiten weer licht begon te worden,  besloten we om weer terug te gaan. De Zweedse chef ging ook mee en bij Zac aangekomen besloten ze daar het drankgelach voort te zetten. Ons leek het niet zo goed idee en we zijn naar bed gegaan. Toen we de volgende dag wakker werden waren de Zweedse chef en Zac nog steeds in discussie met elkaar. We zijn de stad in gegaan omdat we nog het één en ander wilden kopen. Toen we die middag terug gingen kwamen we Zac vlak bij zijn huis tegen bij de Starbucks. We besloten een kopje koffie met hem te drinken en gingen daarna weer met hem mee naar huis.
Die avond zouden we met de baas van Zac en zijn personeel uit eten gegaan. Zac was na zijn uitspatting van die avond daarvoor nog niet helemaal de oude. Zijn vrouw was ook een enigszins, laten we zeggen “uit haar hum”, door het bacchanaal van de vorige nacht. Toen we dus bij Zac zijn baas aankwamen in een privé kamer in een restaurant was Zac een beetje stil. Het personeel en zijn baas begrepen dit niet zo goed omdat Zac anders redelijk wat noten op zijn zang heeft. De baas wist hier wel iets op. Chinese wijn. Dat was op dit moment wel het laatste waar Zac zin in had aangezien hij nog bezig was de grap van de vorige dag te verwerken. De glaasjes die we bij de Chinese wijn kregen waren nogal klein vonden we. En nu hadden we al geleerd in ons leven dat hoe kleiner het glaasje hoe hoger het alcoholpercentage. Nu, wijn kon je het niet meer noemen aangezien er een percentage in zat van 53 procent. Daar moest op gedronken worden en het duurde niet lang of Zac was weer zijn oude zelf en ook Keiko, de vrouw van Zac werd weer gezellig. Nadat de eerste fles er doorheen gejaagd was werd het tijd voor een tweede. Nu moet je ook weten dat elk glaasje wijn met een glas bier weggespoeld werd. Dat deerde de baas echter niets. Er moest nog een fles komen. Wij drongen er met klem op aan om een iets luchtiger wijntje te nemen aangezien we anders gierend naar huis zouden gaan en na het grapje van gisteravond leek niemand dat een goed idee. De baas gaf toe en liet een wijn komen met een wat lager percentage. Vol trots liet hij zien dat hier echt minder in zat. Ja, dat was waar maar 52 procent. Gelukkig begon de baas de drank goed te voelen zodat ie niet door had dat ik stiekem de wijn wegsmokkelde. Dat wilde zoveel zeggen dat ik niet in één teug het glaasje leeg dronken, wat wel de bedoeling was, maar dat ik er van zipte en dan deed alsof het glaasje leeg was. Dan schonken we snel de glaasjes  weer vol van iedereen en proosten er weer op. Of je stoot per ongeluk je eigen glaasje om en daar moet dan weer op gedronken worden. Nadat de tweede fles ook op was moest er toch echt een derde komen. De baas en zijn personeel vonden dat wij nog veel te nuchter waren en snapte niet hoe dat kon. Zac vond echter dat er genoeg was gedronken en dat het tijd was om naar huis te gaan. Wij konden ons daar helemaal in vinden. Het einde van het verhaal was dat de volgende dag de kliniek gesloten was en dat ik fris als een hoentje nog maar eens met Anna Shenzhen gingen verkennen. Later die dag spraken we nog wat van de personeelsleden en die snapten maar niet dat ik de volgende dag nergens last van had. Wij hebben maar niet gezegd dat de helft van de dure wijn op de grond en door het eten lag.
Zac moest de volgende dag weg voor een conferentie in het noorden van China en wij besloten de volgende dag naar Macau te vertrekken. We zouden eerst door China naar Beijing en Shanghai reizen maar de Chinezen hadden wat ze noemden, The Golden Week. Dan is het Boeddha zijn verjaardag  en is het ook 1 mei. Een belangrijke datum voor de Chinezen. Het betekende ook dat alles tjokvol zat in China en wij besloten dus uit te wijken naar Macau.
De volgende dag zaten we in de ferry naar Macau.

Guido

maandag 30 april 2012

New Zealand


After we had left Fiji behind, we soon found out that we were not able to change our flight to Hong Kong and that we had to stay for another 3 weeks in New Zealand before we could fly to Hong Kong.
The First week we spent in Auckland. We did some sightseeing, shopping and we arranged our China Visa. We also booked ourselves a campervan for the next two weeks We didn’t want a tiny campervans so we upgraded to a, what we thought, a slightly bigger van. The weather was nice but not as warm in Fiji so we wanted some indoor luxury.
When we arrived at the campervan rental company, we found out that our campervan was slightly bigger than we expected. It was more a touringbus size than a campervan size. Anyway, after two days of driving, the van didn’t feel so big anymore and it was time to explore the roads less travelled…and less paved. ..
 In two weeks time we have seen every road on the North Island and hated every road map the kiwi’s made. That is something they cannot make..with some more things, but we won’t go into that as we have many kiwi friends…
Not only have we seen the country by road but also by foot, bike, and bus.  We did some very nice hiking including the Tongariro crossing. A one day crossing over a volcano area with the top at 1900 meters.  That was a hiking trip we would recommend everyone who is fit enough to do!
We also took a bus ride up North in Northland. That included a drive over the 90 miles beach (very weird to drive with a bus over the beach), sand boarding and a trip up to Cape Reinga.  And finally as real Dutchies, we cycled around Napier to visit the wineries and savely “drink and drive”.  Probably it is illegal to do so in NZ put it looked better than doing it by campervan.
The weather was oke. We only had 2 days of rain what was unbelievable compared with our last visit to New Zealand.  We had temperatures varying from below 0 degree Celsius (at night near the Tongariro crossing) up to 23 degrees (during daytime in Northland).
After 3 weeks New Zealand we had seen enough and we were happy we could return our campervan and fly to a much warmer destination..Hong Kong..




Cheers Anna

donderdag 29 maart 2012

Goodbye Fiji!



After travelling around the Pacific for more than 4 months, we had decided it was enough and we made our plans to go to Asia. First of all we had to cancel our Samoa flight and forget about Tokelau. Forgetting about Tokalau after Tarawa was easy and it also turned out it was very easy to cancel a flight with Air Pacific. Our flight to Auckland was also easily arranged so everything looked to go smoothly. But then there was the bump…the flight from Auckland to Hong Kong could only be scheduled on the 18th of April and not a day sooner. That meant we were going to be stuck in New Zealand for 3 weeks. Well, if that was the only bump, we would go for it!
So on Friday we had made our decision and actions on it and there was only a weekend to spent in Fiji. Strange and even there is so much to look forward to, we felt a bit sad. Especially because it also meant we had to leave Mama’s…
On our last day Mama had a special day for us and after a amazing breakfast we had a lazy day and in the evening we had a awesome farewell diner with mama and the staff. A dinner never to forget! Mama’s tropic of Capricorn always feels like home but during the last months it really became our home and that made us also very sad when it was time to leave. But it is not a real farewell as I am sure we will be back in the future.


In the early morning on Tuesday we left Fiji and in 3 hours time we touched down in Auckland. Luckily mother nature was nice to us and the weather was good. We checked in our favorite hotel in Auckland and the thinking about Asia begun…and is still going on. We have decided to stay in New Zealand until the 18th of April and not to search any longer for a flight earlier to Asia. Another 3 week holiday in New Zealand. After that? We don’t know. Hong Kong, Macau, China….we will see.
For now we would like to thank mama’s for the wonderful times and we cherish our time there. Vinaka Vaka Levu mama and we will see each other again!!

donderdag 22 maart 2012

Tarawa..it wouldn’t be so bad if it sank into the ocean due to global warming..


Our trip to Tarawa started very early in the morning. We had to go to the airport at 2 am. Air Pacific changed the flight to four hours earlier.

After a smooth flight we arrived at Tarawa at 8 am. The immigration officer did his job very seriously and so did customs. After another 2 hours we were ready to leave the airport.

We were supposed to be picked up by a man named Joe, but he had an appointment with the dentist (I thought it was a joke) so his college picked us up. After paying an enormous amount of money for a 4 night stay at Tarawa we took a small canoe that brought us from South Tarawa to North Tarawa.

During our way up there we could see that the islands were overcrowded and that it was true that they shit on the beach and litter everywhere, where possible.

North Tarawa was not so overcrowded but still had all the other problems. We had a buia (shed) on the beach. We found out that we had to share the toilet, but we didn’t care because we were happy we didn’t had to shit on the beach as the locals. We could do our thing on a toilet and than flush it onto the beach. What a relieve. The water in the shower came from a well and smelled like rotten eggs and the dinner was as usual fish and rice or rice and Fish.

After 3 nights we decided it was not such a good idea to stay on Tarawa for 2,5 weeks and we send Air Pacific UK an email we wanted to leave Tarawa on the first flight out of there, Monday.

We received an email that it could be arranged and that the head office would take care of it and we would receive our e-ticket in a day. Perfect! So with that in mind we moved back to South Tarawa the next morning.

We were told that Mary’s was a great place to stay, so we went there. No luxury at all but a lot of expats stayed there and we had a lot of fun with them during our last days on Tarawa.

They took us on a WW-II trip, what was the only relevant history highlight of the island and we had amusing dinners with them.

During those days, we kept an eye on our email but we never received an e-ticket and after calling with Air Pacific it got clear to us that they, for some reason, didn’t want to change our ticket.

The last day we took an boat ride to a secluded beach on North Tarawa. Te beach was great. No litter and a relatively clean beach. The only thing bad about the trip was the ride with the boat. The boat was too small, or the waves to big, what made it such a bumpy ride that that night we couldn’t sit on a chair thanks to the bruises.

On Sunday night, we still had not heard from Air Pacific and we decided to go to the airport the next day and play the stupid tourist and talk ourselves into the plane.

On Monday morning we went to the check-in. That was not at the airport but at an travel agent. That the logical way they do it in Tarawa (!?!?!). Anyway, they could look into the system of Air Pacific and they told us we had a booking for the flight for that day but no e-ticket. Our original e-ticket disappeared as well and there we another 5 (!!) bookings on the original date. After looking very upset, the guy at the travel agent felt so sad for us that he cancelled all those flights an gave us a totally new e ticket on the flight that morning.

At 9 AM we took off from Tarawa to Fiji. What a relieve. This was not a tropical paradise..no wonder nobody heard from Tarawa before..

zaterdag 10 maart 2012

Kiritimati (Kiritimas) ook wel Christmas Island


Daar zaten we dan. Voor de zoveelste keer op Air Pacific te wachten. Van alle vluchten die we met Air Patheti hebben gehad zijn er precies nul op tijd vertrokken. Deze keer ging hij zelfs niet op de dag dat hij zou moeten gaan maar pas de volgende dag. Nu hadden we wel het geluk dat de vlucht om 23.58 zou vertrekken en nu om 1.58 maar goed, toch twee uur vertraging. Uiteindelijk toch aan boord gegaan en konden we los richting Christmas Island.
                Christmas Island is weer één van die plaatsen op de wereld die helemaal nergens over gaan. Waarom wij er dan ook naar toe moesten ontging mij dan ook volkomen. Het zal er wel mee te maken gehad hebben dat het het verst weg lag van alles in de grote oceaan en ook nog precies in het midden. Als je Christmas Island opzoekt in Google Earth en het dan precies in het midden van je beeldscherm brengt zie je alleen aan de randen nog wat land liggen de rest is water. Zo hebben wij het ook gevonden. Als je vervolgens inzoomt dan zie je een vliegveld liggen en waar vliegvelden liggen komen vliegtuigen leek ons en dus kan je er komen. Zo gezegd, zo gedaan.
                Groot is Christmas Island niet, maar wel de grootste in zijn soort. Het is een atol en die zijn over het algemeen redelijk klein. Christmas Island is echter het grootste atol ter wereld. Het werd ontdekt door Captain Cook tijdens een kerstavond in de tijd dat hij het daar erg druk mee had. Ik moet zeggen dat ik het me altijd heb afgevraagd hoe dat gegaan moet zijn voor de locals. Staat er opeens een lijpe Engelsman op je strand te blaten dat hij je ontdekt heeft. Kijk je elkaar aan met een gezicht van “Ik ben hier al een tijdje hoor”. Persoonlijk zou ik trouwens onmiddellijk claimen dat ik Captain Cook ontdekt zou hebben en dat zijn schip dus nu van mij was, maar dat terzijde. Captain Cook was echter redelijk teleurgesteld want hij was inderdaad één van de eerste zo niet de eerste mens die dit eiland ontdekt had en blijkbaar heb je niets aan je ontdekking als er niet iemand is op zo’n eiland. Uit archeologisch onderzoek is echter gebleken dat er inderdaad nooit een mens heeft gewoond voordat Cook en zijn kornuiten voet aan wal zette. Veel had hij daar niet aan want het eiland was economisch gezien waardeloos. Er groeide vrijwel niets, het is zo plat als Nederland en er waren zelfs niet genoeg vogels om guano in winbare proporties te produceren. Jarenlang is er dan ook geen fluit met het eiland gedaan. Ergens in de 19e eeuw is er een pater geweest die met een aantal Gilbertanen een kokosplantage getracht heeft op te zetten maar die ging in eerste instantie ten onder aan droogte en de zoute wind die over het eiland waait. Later is het nog wel enigszins gelukt maar tot de tweede wereldoorlog is het eiland zo goed als onbewoond geweest. En t oen kwamen de Britten.  Ineens hadden zij en de Amerikanen wel interesse voor het eiland. Ze hadden namelijk een nieuw speeltje, de waterstofbom de grote broer van de atoombom. En wat is er nou leuker omdat te testen in een gebied waar toch niemand woont.
Het eiland werd voorzien van een uitstekend infrastructuur en maar liefst twee vliegvelden, het feest kon beginnen. Na een tijdje begon dit ook weer te vervelen en nadat een wat te enthousiaste bom een deel van infrastructuur wegblies gaven ze er in 1962 de brui aan. Een deel van het personeel dat was geïmporteerd van andere eilanden is er blijven wonen en vormt de huidige bevolking.

                Intussen waren we geland op Kiritimati, zoals het eiland tegenwoordig heet. Je spreekt het uit als Kiritimas wat weer een verbastering is van Christmas. De locals wilden het zelf een naam geven maar waren blijkbaar niet erg geïnspireerd. De landing was er één die weer interessant te noemen was. Deze keer niet door turbulentie of andere weer fenomenen. De landingsbaan verkeerde echter in een vergaande staat van ontbinding. Sinds de Britten weg waren gegaan was er nooit meer wat aan gedaan. Zo kwam het ook wel eens voor dat de piloot de landing daar niet zag zitten en dan gewoon doorvloog naar Honolulu. De locals en soms expats teleurgesteld op de grond achterlatend.  Wij hadden geluk en waren wel geland. Al snel diende zich een andere probleem aan. We gingen er vanuit dat wel ergens zouden kunnen slapen aangezien er redelijk wat accommodaties op het eiland waren. Ze waren echter net begonnen met het opknappen van de landingsbaan en dat werd voornamelijk door expats gedaan. Het enige echte hotel op het eiland zat dus vol en de rest van de accommodaties werd gevuld door fishermen, vissers. Een soort toeristen die hier uitsluitend kwamen om te vissen. Hier zit de zee nog  vol met vis en niet van die kleine ook. Alles onder de 50 kilo wordt hier is als klein beschouwd. Voor ons betekende dit echter dat we een probleem hadden. Te meer dat er hier maar één keer in de week een vliegtuig land en daar waren wij net uitgestapt.
Gelukkig was er een Aussie die blijkbaar in de gaten had dat we een probleempje hadden. Hij was ook een fishermen en tezamen met zijn collega’s hadden ze een resortje, Ikari House, afgehuurd. Hij bood aan dat we met hem meegingen en dan wel zouden zien hoe we het probleem op zouden lossen. Daar hadden wij dan weer geen problemen mee en nadat we aan waren gekomen besloten de fishermen een kamer op te geven door met meer mensen in de andere kamers te gaan slapen. Zo kwam er een kamer vrij en hadden wij dus ook een kamer. Problemen zijn er om opgelost te worden zeg ik dan maar.
De volgende dag kwam er een volgend probleem aan het licht. Wij waren namelijk geen fishermen en wat moest je dan doen op een eiland. Jacob, de eigenaar van Ikari House, had het er een beetje moeilijk mee. De enige toeristen die op het eiland kwamen waren fishermen en wij hadden geen zin om te gaan vissen. Nu zat hij met het probleem dat hij een stel toeristen moest gaan vermaken. Wij vonden van niet en zo was ook dit probleem weer opgelost. Het ging hem echter volkomen boven zijn pet wat we dan op het eiland moesten doen.  We vertelde hem dat we een auto nodig hadden en er dan wel uit zouden komen.
                De volgende dag had Jacob een auto voor ons geregeld en wij zouden wel eens kijken wat er allemaal te doen was op het eiland. En na een dag rondrijden wisten we het. Jacob had gelijk, op het eiland was helemaal niets te doen, niets dat niet leuk was. Sterker het eiland was bomvol (met enigszins de nadruk op bom) met dingen waar toeristen door aangetrokken worden. Maar blijkbaar had niemand dat nog door. Het eiland had prachtige stranden om te zonnen en alle andere dingen die je kan doen op een strand. Je kan de overblijfselen van de bomtesten gaan bekijken die nog genoeg aanwezig waren. Je kan er blowkarten op de landingsbaan, er komt tenslotte maar één keer per week een vliegtuig en dat is altijd op woensdag. Verder kan je er snorkelen, natuurparken bezoeken, zwemmen in de lagoon, wadlopen op de flats, birdwatching. Een bezoek aan de copraplantage of de plaatselijke brouwerij of gewoon met een stel locals honing plunderen uit een bijenkolonie in een hole palmboom en vervolgens rennen voor je leven omdat de bijen dit geen grap vinden. 
Het is maar een handvol van de dingen die je kan doen want er zijn nog veel meer dingen te doen. Die avond vertelde we onze bevindingen aan de fishermen en aan Jacob. De fishermen overwogen zelfs even om een paar dagen niet  te gaan vissen en met ons mee te gaan en Jacob, welke een echte zakenman is, zag ineens veel mogelijkheden voor de toekomst. Jacob is namelijk zo’n beetje de enige entrepreneur op Christmas Island en heeft ongeveer de helft van de zaken op het eiland zijn in handen. De andere helft is van de kerken en de overheid en laat Jacob nou ook een godvrezend man zijn en lid van het parlement  van Kiribati. Het kan geen toeval zijn.
                De eerste week hebben we doorgebracht met snorkelen, tripjes en zijn we een keer gaan duiken. Dat laatste bleek een beetje een avontuur te gaan worden. Aangezien wij de enige toeristen op het eiland waren en dus zeker de enige sportduikers was het wat moeilijk om aan apparatuur en een gids te komen. Gelukkig waren er beroepsduikers op het eiland. Zij verdienen hun brood door zeeaquariumvissen te vangen die erg zeldzaam en een aantal daarvan zelfs endemisch zijn voor Christmas Island. Deze brengen bakken met geld op en laat Jacob nou ook dit handeltje in handen hebben. Ongevaarlijk is dit niet omdat de meest zeldzame en dus meest waardevolle op grote diepte voorkomen. Uit verhalen van Jacob hadden we al begrepen dat hierbij wel eens een duiker omkwam.
De apparatuur die we toegewezen kregen was van dusdanige belabberde kwaliteit dat het volkomen onverantwoordelijk was om hiermee het water in te gaan. We waren intussen wel wat gewend en besloten het erop te wagen. Het eerste duikje verliep dan ook niet erg voorspoedig. Onze apparatuur lekte aan alle kanten en zo nu en dan stopte onze automaat met lucht geven wat onder water enigszins een benauwd gevoel te weeg brengt. Zeker als het langer dan 20 seconden duurt. Een paar fikse klappen op het automaat verhielp het probleem meestal wel en anders kon ik altijd een paar teugjes lucht bij Anna halen of visa versa. Doordat echter overal lucht ontsnapte konden we niet langer dan 30 minuten onder water blijven omdat dan onze lucht al op was. Dit tot grote opluchting van onze gids want die was er onder water achter gekomen dat zijn luchtmeter kapot was en hij dus helemaal niet kon zien hoeveel lucht hij nog had. Anna vond het ook niet erg want veel van haar lucht lekte in haar trimvest zodat ze steeds bezig was tegen een ballonopstijging te vechten.  Dat weerhield ons natuurlijk niet om een tweede keer een duikje te ondernemen. Een aantal  problemen waren verholpen zodat de tweede duik veel rustiger en dus langer verliep.
                Na een week was het voor de fishermen tijd om naar huis te gaan. Aangezien iedereen hier altijd op woensdag aankomt of weggaat wordt er dinsdag avond een uitgebreid afscheidsfeest gegeven. Ditmaal werd dit gecombineerd met een andere resortje waar ook fishermen zaten.
 ’s Avonds togen we met alle Aussie fishermen naar het resortje dat Crystal Beach heet. De fishermen daar bestonden enkel uit Japanse fishermen. Japanners zijn grappig.
Het werd dus een grappige avond en helemaal toen één van de Aussie fishermen zijn kaarttrucs weer eens liet zien. De Jappen houden wel van een leuke show en wij vonden de Jappen weer leuk om naar te kijken. Al met al een geslaagde avond dus. Temeer omdat we nu niet eens vis of kip te eten kregen maar varken alla Obelix stijl.
                De volgende dag hebben we de Aussie en Jappen uitgezwaaid en een nieuwe Jap ingezwaaid. Deze keer een vrouwelijke, zij was helemaal niet grappig.
                We besloten nog één nachtje bij Jacob te blijven om dan naar een ander hotel te gaan. Dit hotel heette toepasselijk het Captain Cook Hotel. Dit was vroeger, in de tijd van de Britten, Main Kamp. Het centrale kamp waar vandaan de bomproeven gecoördineerd werden. Dit hotel zat vol met expats die aan de landingsbaan werkten maar er was nog een kamertje vrij gekomen en dus konden we daar de rest van de week blijven. Dat die expats daar waren bracht ook een aantal voordelen met zich mee. Als toerist is er genoeg te doen op het eiland maar als je er een paar weken bent geweest dan gaat het toch redelijk vervelen. De expats hadden dus zo hun eigen manieren om zichzelf te vermaken en wij mochten daar van mee profiteren. Zo hadden ze op een avond een mega-bbq georganiseerd omdat een bepaald deel van de landingsbaan was afgekomen en wij waren ook uitgenodigd. Het vlees werd simpelweg ingevlogen vanuit Hawaï dus hadden wij ook weer eens lekker vlees en een leuke avond.
Ook hadden ze om zichzelf te vermaken een “luxeplek” gemaakt. Aan de lagoon hadden ze een mooi stuk strand uitgezocht, vervolgens een deel van de zee uitgegraven wat dienst deed als zwembad. Wat terrasjes en open huisjes gebouwd . Toiletten, een bar en een bbq neergezet en vervolgens de boel omheind. “VIP only” stond er boven de ingang. Wij waren meer dan welkom en als de expats aan het werk waren hadden wij het rijk alleen. Je keek uit over een prachtige blauwe lagoon en kon als je zin had één van de kayaks pakken die de expats er ook hadden liggen om zo de lagoon en de flats te gaan ontdekken. De flats zijn een soort wadden alleen dan geen bruin zand maar spierwit koraal zand. Het licht was er zo intens dat als je geen zonnebril zou dragen je binnen een half uur sneeuwblind zou worden bij 35 graden celcius.
De flats waren grappig, net als de Japanners, behalve dan die Japanse vrouw. De flats waren de kraamkamer van de zee om zo maar te zeggen. Alles wat er in de oceaan zwemt wordt hier geboren. Je komt er van alles tegen in miniformaat. Haaitjes, rogjes en ook zagen we een klein blowvisje. Deze schrok zo van ons dat hij zich ineens opblies om ons af te schrikken maar daarbij een belletje lucht inslikte. Het arme dier kwam onderste boven te hangen en wij konden duidelijk een bel in zijn buikje zien zitten die groot genoeg was om zijn evenwicht degelijk te verstoren. Na een luide boer, voor zo’n klein visje,(wij hoorden niets, maar hij vond van wel) kreeg het beestje weer zijn normale formaat terug en ging er vandoor.
                Onze tweede week was zo goed als over en zoals de traditie op Christmas Island voorschrijft werd er op dinsdag avond weer een feest gegeven voor de vertrekkende toeristen. Nu waren wij de enige twee overgebleven toeristen in het Cook Hotel dus dat zou wat een summier feestjeworden,  vonden ze in het Cook hotel, daarnaast zouden we dan met zijn tweeën een heel varken op moeten eten wat ons toch wat te gortig leek. Besloten werd dan ook om, tot grote vreugde van hun, alle expats uit te nodigen. Die wisten na een week werken op de landingsbaan wel wat ze aan moesten met een varken alla Obelix stijl. Op woensdag konden ze trouwens sowieso weinig doen aan de landingsbaan aangezien dan het enige vliegtuig moest landen. Het werd weer een groot feest met een aantal lokale muziek optredens waarvan er één zelfs goed te noemen viel. Het betrof een clubje van de lokale kerkelijke gemeenschap die hadden uitgevonden dat als ze met hun slippers een klap gaven op een pvc pijp er een leuk geluid uitkwam
. Zaag je vervolgens een reeks pvc buizen op verschillende lengtes net als een panfluit dan heb je een leuk instrument. Ze deden het optreden in aflopen leeftijd. Eerst een stel bejaarden en dan aflopend tot een aantal kleuters met een hun slippers achter de mega-panfluiten te zetten. Een vermakelijk optreden, dat wel.

                De volgende dag zou het vliegtuig om 16.00 vertrekken. Het was weer Air Pacific dus we vroegen ons af hoe laat we echt zouden gaan. Rond twaalf uur hoorden we dat we al om 13.00 op het vliegveld moesten zijn omdat het vliegtuig om 15.00 al zou vertrekken. Om 16.30 stegen we op draaiden we nog één maal over Christmas Island en vertrokken weer richting Fiji.